Wat een AOV precies is
Een arbeidsongeschiktheidsverzekering keert uit wanneer je door ziekte of ongeval niet meer (volledig) kunt werken. Werknemers hebben in het eerste en tweede ziektejaar loondoorbetaling van de werkgever, daarna komt de WIA. Als zzp'er heb je dat hele vangnet niet. Val je een jaar uit, dan ben je zonder verzekering simpelweg een jaar je inkomen kwijt.
De uitkering vervangt meestal 70 tot 80% van je verzekerde jaarinkomen en loopt door tot een eindleeftijd die je zelf kiest (60, 65 of AOW-leeftijd). Je betaalt premie zolang de polis loopt.
Wat kost het
De premie hangt sterk af van leeftijd, beroep, gewenste uitkering, eindleeftijd en wachttijd. Ter indicatie, op basis van publiekelijk beschikbare premie-overzichten voor een gezond ondernemer met €30.000 verzekerd jaarinkomen:
| Profiel | Maandpremie indicatie |
| 30-jarige IT'er, kantoorwerk, eindleeftijd 60 | €80 tot €130 |
| 40-jarige IT'er, kantoorwerk, eindleeftijd 65 | €140 tot €220 |
| 40-jarige bouwvakker of fysiek werk, eindleeftijd 65 | €280 tot €450 |
| 50-jarige zorgverlener, eindleeftijd AOW | €350 tot €550 |
Richtbedragen. Vraag altijd zelf minimaal drie offertes op, want de verschillen tussen verzekeraars zijn fors.
Voor wie een AOV echt verstandig is
Eerlijke samenvatting: een AOV is sterk aan te raden als je volledig afhankelijk bent van je ondernemersinkomen en geen ander vangnet hebt. Concreet:
- Geen partner met een inkomen dat de vaste lasten kan dragen.
- Geen substantieel spaargeld of beleggingen om een paar jaar van te leven.
- Fysiek of mentaal belastend werk waar uitval gewoon een realistische mogelijkheid is.
- Vaste lasten (hypotheek, kinderen, zorgpremie) die niet zomaar weggaan.
Wanneer je het kunt overwegen niet te doen
Niet voor elke zzp'er weegt de premie op tegen het risico. Een paar situaties waarin een volledige AOV minder vanzelfsprekend is:
- Je hebt een partner met een goed inkomen waardoor uitval voor jou geen acuut financieel probleem is.
- Je hebt aanzienlijk vermogen, bijvoorbeeld €100.000 of meer liquide, waarmee je een paar jaar overbruggen kunt.
- Je werk is licht en je bent dicht bij pensioen, waardoor de "looptijd" van een AOV kort is.
Wat we daarbij wel zeggen: ook in deze situaties is iets van vangnet verstandig. Bijvoorbeeld een broodfonds of een AOV met een lange wachttijd. Helemaal zonder is een berekend, maar reëel risico. Burn-out, kanker en rugklachten kennen geen "voor wie het past".
De keuzes binnen een AOV
1. Het verzekerd bedrag
Vaak gaat dit om 70 tot 80% van je gemiddelde winst. Hoger verzekeren mag, maar de Belastingdienst toetst of de uitkering niet hoger is dan wat je voorheen netto verdiende. Boven dat bedrag verzekeren betekent overcompensatie en daar is een grens aan.
2. De wachttijd (eigen risico)
De periode tussen uitval en eerste uitkering. Langere wachttijd, lagere premie.
- 14 dagen: hoge premie, snelle uitkering. Past bij wie geen reserves heeft.
- 30 dagen: meest gekozen. Goede balans tussen premie en risico.
- 3 maanden: aanzienlijk lagere premie. Vraagt een buffer.
- 1 jaar: fors lager. Vaak gecombineerd met een broodfonds dat het eerste jaar dekt.
- 2 jaar: laagste premie. Vraagt forse reserves of een vervangende dekking.
3. De eindleeftijd
Tot welke leeftijd loopt de uitkering door? Eindleeftijd 60 is duidelijk goedkoper dan 67. Bij beroepen met hoog risico op leeftijdsuitval (bouw, zorg) is de premie tot AOW-leeftijd vaak flink duurder, juist omdat het risico daar het grootst is.
4. Het arbeidsongeschiktheidscriterium
Verzekeraars hanteren drie varianten:
- Beroepsarbeidsongeschiktheid: je krijgt uitkering als je je eigen beroep niet meer kunt uitoefenen.
- Passende arbeid: je krijgt pas uitkering als je geen ander soortgelijk werk meer kunt doen.
- Gangbare arbeid: je krijgt alleen uitkering als je vrijwel geen werk meer kunt doen. Streng, en goedkoop.
Beroepsarbeidsongeschiktheid is wat ons betreft voor specialisten de moeite waard. Een chirurg met trillende handen kan misschien nog wel "ander werk" doen, maar niet meer opereren. Dat verschil zit hem in dit criterium.
5. Geïndexeerd of vast bedrag
Een geïndexeerde polis stijgt jaarlijks mee met inflatie. Premie iets hoger, maar koopkracht behoud je. Bij langlopende uitkeringen vinden wij dit een no-brainer.
Alternatieven en aanvullingen
Broodfonds
Een broodfonds is een groep van 20 tot 50 zelfstandigen die gezamenlijk een pot vormen. Je legt maandelijks een bedrag in (rond €33,75 tot €112,50 afhankelijk van het schenkbedrag) en bij langdurige ziekte krijg je een schenking uit de pot.
Voordelen:
- Veel goedkoper dan een AOV (€30 tot €100 per maand).
- Sociale invulling: je kent de andere leden persoonlijk.
- Je inleg blijft van jou en wordt teruggestort als je het fonds verlaat.
Nadelen:
- Maximaal twee jaar schenking.
- Maximumbedrag rond €2.500 per maand.
- Geen wettelijke garantie, afhankelijk van het saldo van de groep.
De combinatie broodfonds + AOV met lange wachttijd (1 of 2 jaar) vinden we voor veel zzp'ers een mooie oplossing. Het broodfonds dekt het eerste jaar, de AOV pakt het lange risico aan, en de premie blijft binnen de perken. Niet voor iedereen weggelegd (je moet een lokale broodfondsgroep kunnen vinden en de bijeenkomsten bijwonen), maar als het past, past het echt.
Schenkkring (CrowdSurance)
Vergelijkbaar met een broodfonds maar dan via online platforms zoals CrowdSurance of SharePeople. Lagere drempel, geen verplichte bijeenkomsten, maar ook minder sociale binding. Dekking is meestal vergelijkbaar.
Zelf sparen
Je kunt het premiebedrag ook gewoon zelf opzij leggen. Bij €150 premie per maand is dat €1.800 per jaar, in tien jaar €18.000 (los van rendement).
Voordeel: het geld blijft van jou, geen "verloren" premie. Nadeel: bij vroege uitval heb je nog vrijwel niets opgebouwd. Voor de eerste vijf tot tien jaar van je carrière is zelf sparen geen volwaardige vervanging van een AOV, want het risico zit hem juist in die periode waarin je nog geen reserve hebt.
Vrijwillige verzekering UWV
Eindigt je dienstverband en start je als zzp'er? Dan kun je je binnen 13 weken vrijwillig verzekeren bij het UWV voor ZW (eerste twee jaar ziekte) en WIA (langdurig). Premie meestal iets gunstiger dan commerciële AOV, maar dekking is beperkter en de uitkering is gerelateerd aan je voormalige dagloon. Voor wie net vertrekt uit loondienst echt het overwegen waard.
Zelfstandigen Vangnet
Voor wie geen reguliere AOV kan afsluiten (door medische voorgeschiedenis of een hoog-risicoberoep) bestaat een terugvalvoorziening waarmee je tot een minimumbedrag verzekerd kunt zijn. Voorwaarden strenger, uitkering lager, maar beter dan niets.
De premie is fiscaal aftrekbaar
De AOV-premie is volledig aftrekbaar als persoonsgebonden aftrek in je inkomstenbelasting. €1.800 premie per jaar kost je bij 37% belastingdruk netto rond €1.135. Wel onthouden: zodra de AOV uitkeert, is die uitkering belast in box 1. Per saldo verschuif je het belastingmoment, en omdat je inkomen tijdens uitval meestal lager ligt zit je dan in een lagere schijf.
Broodfondsinleg is overigens niet aftrekbaar (het is geen verzekeringspremie maar een schenking-onder-elkaar-constructie). De uitkering van een broodfonds is daarentegen wel onbelast. Andersom dus.
Hoe je AOV's slim vergelijkt
- Bepaal je behoefte eerst. Hoe lang duurt het voordat je financieel in de problemen komt? Hoeveel inkomen heb je per maand minimaal nodig?
- Vraag minstens drie offertes op. Verschillen kunnen oplopen tot €100 per maand voor exact dezelfde dekking.
- Let op het arbeidsongeschiktheidscriterium. Beroepsarbeidsongeschiktheid is duurder maar geeft echte zekerheid.
- Check de uitsluitingen. Sommige polissen sluiten psychische klachten of rugklachten standaard uit, juist twee van de meest voorkomende oorzaken van langdurige uitval. Dat is een grote rode vlag.
- Lees ervaringen over uitkeringspraktijk. Een verzekeraar met lage premie maar moeizame uitkering is geen besparing.
- Overweeg een onafhankelijk financieel adviseur. Kost een paar honderd euro, voorkomt vaak veel duurder kiezen.
Komt er een verplichte AOV?
Sinds 2020 ligt er een voornemen om een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp'ers in te voeren. De voorgenomen regeling kent een basisdekking via UWV met maandelijkse premie, en zit in een lange wetgevingsroute. Op het moment van schrijven (mei 2026) is de wet nog niet ingegaan en is de exacte vorm onderwerp van politiek debat.
Mocht hij er komen, dan ligt de premie in concept rond 7,5 tot 8% van de winst, met een uitkering op 70% van het inkomen tot een maximum. Wie al een eigen AOV heeft kan vermoedelijk een opt-out aanvragen. We zouden er niet op gaan wachten als je nu zonder dekking zit. Check de actuele stand zelf op rijksoverheid.nl.
Tot slot
Een AOV is voor de meeste zzp'ers een serieuze maar verstandige uitgave. De combinatie broodfonds + AOV met lange wachttijd is voor velen een efficiënte oplossing: betaalbare premie, dekking voor zowel kort als lang. Helemaal zonder verzekering is een berekend risico dat alleen verantwoord is met substantiële reserves of een goed verdienende tweeverdiener thuis.
De AOV-premie is bovendien aftrekbaar. Vink in onze belastingcalculator de premie aan als pensioen of lijfrente-inleg om het effect op je belasting te zien.
Bereken het effect op je belasting
Een AOV-premie is aftrekbaar. Bekijk in de calculator hoeveel je netto bespaart.
Naar de calculator